Double portrait installation project, also known as Confusion in blue major bis.
For curator Delano McAndrew, board member of the Open Studios Foundation in Zuidoost the characters, style and techniques of two artists in a double portrait project could not have been further apart by pairing Emily Kocken up with Joep van der Bijl, a painter who has lived and worked in the Bijlmer for decades. Through several steps of exchanging information, writing letters, Emily stalking him while he was repairing a room in his house, him playing the blues on his harmonica, Emily modeling for his painter class, him painting a series of portraits of women artists instead of men, and portraits of Emily’s dog Luca, Emily reenacting her frightening dentist visits during the project, both artists developed a multidisciplinary portrait of themselves and each other. When Emily kept the pizza boxes they ate pizza from, and showed him the work she created from the green fungus that developed when placed on a found table top close to his house, balancing on three huge paper rolls, Joep responded with raised eyebrows but several minutes later he handed her his cigarette butt, which she used in yet another piece. In a video loop their fingerprints merge into one sign, a labyrint of two identities. The title was actually given after the project was done. Their talks about family matters and themes such as forgiveness, sharing and instructing, fear, death, fate and caring colored the layered portrait project to the core.
This project was part of a larger project stimulating the dialogue between artists in the Bijlmer and was supported by the AFK.
Fragment from the letters:
Amsterdam, 13 januari 2009,
Ha die Emily,
Ik benijd je dat je die grote Beuys tentoonstelling hebt gezien. Maar ik heb altijd een ambivalente houding tegenover hem gehad. Aan de ene kant, een hoop gebakken lucht, maar toch op een rare manier gefascineerd door het mythische, ongrijpbare en zeer beladen werk. Het geldt voor zoveel kunst: probeer het niet te rationeel te benaderen dan gaat de magie er af. Daar ligt ook mijn liefde voor kunstwerken die onknap, raar, noem het lullig, of juist brutaal zijn, maar die zo veel los maken, dat je er blij of boos of geschokt over kunt worden. Schilderkunst, videokunst, performances, grafiek, maakt niet uit. Maar net zo goed kan ik ontroerd raken door de prachtige Vlaamse primitieven, zo liefdevol geschilderd. Namen noem ik niet, mijn smaak is te divers. Wel ben ik op de academie sterk beïnvloed door de abstract-expressionisten (De Kooning) en de toen erg coole Pop Art en dan met name de schilders zoals Hockney en Kitaj. Die invloed raak je niet gauw meer kwijt. [..]
Aan welke expo deed je trouwens mee in Berlijn? Met wat voor werk?
Weet je dat een goede vriend/collega ook een leuke hond met de naam Luca heeft? Over dat verharen: kun je die vlokken niet bewaren en een werk van maken? Of is dat flauw wat ik nu zeg. Misschien brengt ‘t je wel op een idee.
Nu over de ziel in dingen. Zeker met bepaalde instrumenten, saxofoon, cello, zelfs mijn kleine bluesharpje, geloof ik dat er een ziel in zit, die slechts gaat leven door de hand (of mond) van degene die hem (haar) beroert. Ik ben te nuchter om te denken dat jouw arme, eenzame cello op zolder staat weg te kwijnen tot jij met de strijkstok haar snaren streelt en zij eindelijk weer mag klinken als in gelukkiger tijden.
Als je gelooft in een ziel der dingen, geloof je dan ook niet in een god of goden? Ik denk dan aan het geloof van indianen die een steen of pijl en boog een ziel, bijna een persoonlijkheid geven. Mooi, en het garandeert wel dat je als mens met meer respect met de natuur omgaat dan tegenwoordig vaak gebeurt.
Okee, keep it up!
Liefs,
Joep