Stipjes

27 augustus 2019

Van stipjes word je vrolijk.

Waarom dragen we stipjes vooral in de zomer?

Tijdens mijn vaste tussen-het-schrijven-door-ommetje tussen mijn Amsterdamse studio en het Nieuwe Meer, telde ik maar liefst vijf draagsters van gestippelde stofpatronen. Na tien minuten. Het was gisteren, en bloedheet, net als vandaag, meer dan dertig graden. Het tijdstip van mijn stipjes ‘spotting’ was een uurtje of drie.

Terwijl ik wandelde, fietste de stipjesstoet voorbij.

Ik telde een jurk (zwarte stip op een witte ondergrond), nog een jurk (de vice versa versie: witte stip op zwarte ondergrond), een rok (witte ondergrond, grote, zwarte stippen), gevolgd door weer een jurk. De draagster van dit zwartgestippelde exemplaar (gele ondergrond) droeg een dunne, zwarte panty, waardoor het zweet míj uitbrak.

Mijn jurk was gemaakt van een stofje met een bescheiden bloemetje, een niet-bestaand fantasiebloempje, beige-ig van blad, zwart van hart, een walnootbruin als basis.

De stipjesbrigade verplaatste zichzelf op hoge snelheid. Dan koel je het meeste af.

Ik dacht na over de jurkjes, gedragen als symbool voor het eindigen van de zomer, of het vieren van dit onverwachte, hete staartje. Opgeborgen toen het ineens een stuk kouder was, en voor deze minihittengolf snel uit de kast getrokken.

Toen volgde een stippelbroek. Dat verraste me zo dat ik me verstapte. Het meisje dat mij zo van á propos wist te brengen, droeg haar stip met flair. Wijde pijpen.

Een van de stippeltjesbejurkten fietste een stuk sneller dan de rest.

Haar jurk was voorzien van een wijde rok, de haltertop liet haar spierballen zien. Een tattoo op het schouderblad, de vorm neigde naar iets ronds, onduidelijk wat het moest voorstellen. De rok waaide op, en op, en op. Het interesseerde haar geen moer, en ik was blij dat ze geen enkele poging deed om de rok omlaag te slaan. Niet om als een voyeur naar haar blote benen te kunnen staren, meer door de herkenbaarheid. Ik ben er ook mee opgehouden om steeds de opwaaiende of opkruipende rok naar beneden te meppen of te trekken.

Je blijft aan de gang.

Nu zou ik logisch zijn om hier een opmerking te plaatsen over de toenemende verpreutsing van de maatschappij. We kunnen niet zomaar met van alles aan ons lichaam rondlopen of doorfietsen, ook al vragen de hoge temperaturen om zo min mogelijk bedekking van de huid. Er kunnen problemen door ontstaan, vervelende opmerkingen, of grensoverschrijdend gedrag.

Ik weet het niet zo met die verpreutsing, wat er in de publieke sfeer nog kan en wat niet meer. Zelf erger me eerder aan een goedkope teenslipper onder een eveneens slecht zittende korte broek, man of vrouw, maakt niet uit, dan aan een kledinglaag meer of minder.
O, hoor ik iemand denken. Nu gaat ze het over de boerka hebben. Nee, dat doe ik nu niet, maar dat doe ik heel erg graag een andere keer. Ik ben er principieel niet op tegen, alvast even voor de duidelijkheid.

Over even gesproken.

Van de voorbijfietsende stipjes vond ik de broek – retrospectievelijk – het mooiste. De schaamteloosheid van de draagster, het lelijke model, onder de knie waaierde pijp uit in plooien, een broek zoals flamencodanseressen ze soms dragen. Ik zeg eerlijk: wat lelijk! Maar toch werd ik er vrolijk van, en dat komt door de stip. Of je het nu ‘polka dot’ noemt, of ‘stipje’, ‘gestippeld’, de woorden zijn lichtvoetig.

Zelf draag ik zelden een stipjespatroon, op een chocoladebruine overhemdblouse na uitgerust met zwartfluwelen stipjes. De blouse heeft een zorgeloze, dandyachtige uitstraling. Deze ‘chocoladestippel’ kocht ik ooit bij Rosa Rosas Vintage, mijn favoriete vintage winkel, om de hoek van mijn studio.

Ik was er vandaag nog, paste de ene stipjesjurk na de ander en liep fluitend de deur uit.

Morgen weer een stipjesblog! Dit keer over het woord en de geschiedenis!

Dot dot dot!